Jeduthun

Onze dirigent: Arie Kortleven.

 

Bron: Korenmaat, het tijdschrift voor alle koren en koorleden in Nederland, uitgave december 2009

Een zeer bescheiden en rustige man, maar wie hem meemaakt als dirigent weet hoe gedreven hij is als hij een koor leidt. We hebben het over de Apeldoornse dirigent en organist Arie Kortleven.

Arie werd geboren in Gouda als oudste in een gezin van vier kinderen. Muziek en vooral de koormuziek speelde een belangrijke rol in huize Kortleven. Er werden vaak LP’s gedraaid van het mannenkoor Crescendo uit Urk o.l.v. Teun Schenk, maar ook muziek van ‘De slag bij Waterloo’ werd gedraaid op de pick-up. Dat maakt grote indruk op Arie. In de kelder stond het harmonium waar Arie’s ouders op speelden. Arie gebruikte het instrument in zijn spel ’kerkje spelen’. Met één been trappen en de handen op het klavier was Arie de organist en zijn neef de dominee.

Het gezin verhuisde naar Groningen en daar kreeg Arie op zevenjarige leeftijd zijn eerste orgellessen van dhr. Oosterhuis. Arie heeft mooie herinneringen aan die tijd. Af en toe organiseerde zijn leraar een hele dag. Dan reden ze door het Groningerland en bespeelden de orgels in verschillende dorpen en steden.

Via Zoetemeer belandde het gezin in Apeldoorn en kreeg Arie les van Cees het Jonk. Cees was dirigent van het bekende mannenkoor Jeduthun uit Amersfoort. Arie werd al spoedig de vaste organist bij dit mannenkoor. Een paar jaar later was Arie leerling van Peter Eilander en deze stoomde hem klaar voor het conservatorium. Hij ging naar het conservatorium in Zwolle waar hij studeerde bij Nico Waasdorp. Daarnaast rondde hij de studie schoolmuziek af. Arie kreeg in deze tijd een benoeming als muziekdocent op de Joh. Fruytierschool te Apeldoorn.

In 1981 werd Arie dirigent van een kinderkoor in Beekbergen. Hier heeft hij de eerste ervaringen als dirigent opgedaan. Daarnaast ging Arie vaak met zijn vader mee naar de koorrepetities van Jeduthun waar hij Cees het Jonk als dirigent meemaakte. Hij stapte op stille zaterdag op de trein naar Gouda om naar Vox Jubilans te luisteren en op tweede kerstdag naar Kampen waar D.E.V. het jaarlijkse kerstconcert gaf. Hierdoor groeide een verlangen om zelf meer te gaan dirigeren.

In 1989 werd Arie, vanaf de oprichting, dirigent van het jong-gemengd koor Laudate Deum te Apeldoorn. Een jaar later volgde de benoeming bij het Veenendaals Christelijk Mannenkoor en vanaf 1998 heeft Arie ook de leiding bij het mannenkoor Jeduthun. Bij het laatste mannenkoor was hij al jaren de vaste begeleider. Arie is tot op heden nog steeds dirigent van deze koren. Het werd duidelijk dat Arie niet alles kon blijven doen, hoewel hij dat wel het liefst wel gedaan zou hebben. Hij gaf muziekles op school, had thuis een aantal privé-leerlingen, speelde veel orgel en dirigeerde een aantal koren. Er moest dus een keuze gemaakt worden. De hoofdtaak werd het lesgeven op school, thuis nog een aantal leerlingen en het dirigeren. Toch ligt zijn hart bij het orgelspel, maar voor concerten moet je veel studeren en de tijd ontbreekt daarvoor.

Enkele jaren geleden werd Arie benoemd als organist van de Eben-Haezerkerk in Apeldoorn, naast Marcel van de Ketterij en Peter Eilander. Voorkeur voor een bepaald soort koor heeft Arie niet. Hij houd van de afwisseling tussen de verschillende koren. Wel merkt hij dat de leeftijd bij de mannenkoren gemiddeld hoger ligt dan bij zijn gemengde koor. Bij het gemengde koor wordt ander, vaak ook moeilijker repertoire gezongen dan bij de mannenkoren. Afwerking van de muziek en koorklank is een voortdurend aandachtspunt bij Arie. Het belangrijkste voor hem is echter dat de liederen worden gezongen vanuit de tekst, zodat het publiek een boodschap meekrijgt. Met gevoel zingen hoort daar ook bij.

Op de koorrepetities werkt Arie stevig door, De koorleden hoeven zich niet te vervelen. Wanneer hij met een bepaalde groep aan het werk is probeert hij de andere groepen er zoveel mogelijk bij te betrekken. Een grap tussendoor is ook belangrijk want men komt vooral voor de ontspanning. Een veelgehoorde uitspraak van Arie: “vanavond is het een inspannende ontspanning.” Met zijn koren zingt Arie vooral psalmen en gezangen. Het gemengde koor maakt wel eens een uitstapje naar wat klassieker repertoire. Zo hebben zij in het verleden al eens het ‘Doppelquartet’ uit ‘Elias’ van Mendelsohn uitgevoerd. De koorleden genieten hiervan, maar daarnaast genieten ze net zoveel van een CD met psalmen die ze hebben opgenomen. Veel van het repertoire voor zijn koren arrangeert Arie zelf.

Spanning voor een concert is er altijd, maar wel een gezonde spanning. “Je werkt met mensen en dan kan het wel eens iets anders gaan dan dat je het zou willen, hoe goed je je ook hebt voorbereid.” Arie werkt met een aantal vaste begeleiders. Deze mensen kent hij goed en zij kennen Arie ook. Muzikaal klikt het wederzijds en dat maakt de samenwerking prettig.

Als organist en dirigent heeft Arie inmiddels aan heel wat concerten mee gewerkt. Tijdens die concerten heeft hij door de jaren heen de nodige dingen meegemaakt. Tijdens een concert waar Arie als organist aan meewerkte, zong een koor “Nun danket alle Gott” van J.S. Bach. Arie begon met het voorspel maar de dirigent vergat vervolgens de inzet van het koor aan te geven, dus begon Arie maar weer vooraan. Dit heeft hij drie keer moeten doen voordat de dirigent door had wat er mis ging.

Arie en Marjon, zijn vrouw, hebben vijf kinderen. Naast het gezin en zijn werkzaamheden een studie afgerond die hem een eerste graads bevoegdheid geeft op school, zodat daar muziek als examenvak aangeboden kan worden. Al met al een druk bestaan, maar vooral genietend en dankbaar.