Terugblik op Wijk en Aalburg, 29 oktober 2011.
Hij laat Psalm 46 vers 4 zingen:
De Heer', de God der legerscharen, Is met ons, hoedt ons in gevaren. De Heer' de God van Jacobs zaad, Is ons een burg, een toeverlaat. Komt, wilt op ' Heeren daden merken; Aanschouwt des Hoogsten grote werken; Zijn macht, die noot te stuiten is, Maakt d'aarde tot een wildernis.
Ondertussen was het tijd voor ons eerste zangblok. We zaten in het koor van de kerk en moesten naar voren lopen. Baritons en eerste-tenoren linksom en de bassen en tweede tenoren rechtsom. En dan opstellen in kolommen. Dus dat is wat anders dan we gewend zijn. Arie wachtte geduldig in zijn bank tot z'n mannen goed stonden, daarna kwam hij in aktie. We begonnen met Psalm 42 van Klaas Jan Mulder. Verder zongen we de bewerking van Arie Loonstra op "Als des werelds glans verdwijnt" en de bewerking van Arie Kortleven op "De kerk van alle tijden". Vers twee van het laatste lied werd door alle aanwezigen gezongen.
Terwijl wij afmacheerden leidde Arthur Vlot de samenzang "Vaste Rots van mijn behoud" in. We zongen daarvan vers 1 en 4:
Vaste Rots van mijn behoud als de zonde mij benauwt laatr mij steunen op uw trouw laat mij rusten in uw schauw waar het bloed door u gestort mij de bron des levens wordt Eenmaal als de stond slaat dat dit lichaam sterven gaat als mijn ziel uit d' aardse woon opklimt tot des rechters troon, Rots der eeuwen, in uw schoot berg mijn ziele voor de dood.
Na het zingen hiervan stelden de meisjes en jongens van "De Jonge Lofstem"zich op voor in de kerk. Zij zongen Psalm 116 van J. Graansma, "Lof zij God gezongen" van Koelewijn, Psalm 81 (trad.) en Hervormingsdag van H. de Batt van Maelsaeke. Wat blijft dat mooi klinken: kinderstemmen in een kerk!
Ondertussen betrad de heer van Ruitenburg de kansel en sprak een appèlwoord. Hij deed dat vanuit het leven van Luther. Het appelwoord ging over het werk van God door de reformatoren, over zondigen, over de komt van God de Zoon. Ook dit is een overtreding: Waar een bord 100 km/u staat mag je geen 105... Na het appèlwoord was er samenzang uit Psalm 84 vers 2 en 6:
Zelfs vind de mus een huis, o Heer' De zwaluw legt haar jongskens neer in 't kunstig nest bij Uw altaren Bij U, mijn Koning en mijn God, Verwacht mijn ziel een heilrijk lot, Geduchte HEER' der legerscharen, Welzalig hij, die bij U woont, Gestaag U prijst en eerbied toont.
Want God, de Heer', zo goed zo mild, Is 't allen tijd een zon en schild Hij zal genaad' en eere geven; Hij zal hun 't goede niet in nood Onthouden, zelfs niet in de dood, Die in oprechtheid voor hem leven. Welzalig, HEER', die op U bouwt, En zich geheel aan U vertrouwt.
Ondertussen werd er gecollecteerd voor stichting Ontmoeting.
Het einde van de samenzang betekende het begin van ons tweede zangblok. Opnieuw liepen twee rijen mannen vanuit het kerkkoor naar voren. Het opstellen duurde even, want de laatste mannen van de eerste-tenoren liepen een beetje vast omdat er geen ruimte meer leek te zijn. Maar alles kwam goed.
Toen we klaarstonden klom Arie op een bank en gaf het sein om op scherp te staan. Marcel begon met een vurig orgelspel, waarna wij inzetten met "De Heem'len roemen" in een bewerking van F. Pijlman. We zongen er twee verzen van. Jongens wat een stuk ! En het blijft spannend of 'ie goed gaat: wie zet wanneer in met welke tekst en met welke sterkte. Kijken naar de dirgent dus. Arie's armen zitten er nog aan. Daarna zongen we de bewerking van Arie Kortleven op Psalm 138. Hij is zo mooi ! Vooral die inzet van de bassen halverwege regel 1, of niet dan ? We besloten dit zangblok met "Eens was ik een vreemd'ling", vers 1 en 3 waren samenzang en vers 2 was voor ons. Na dit zangblok bleven we voor in de kerk staan.
De heer Ruitenburg besloot de avond met dankgebed. Waarna alle aanwezigen het eerste en derde vers zongen van "Een vast burcht", wij zongen vers 2.
Een vaste burcht is onze God, een toevlucht voor de Zijnen! Al drukt het leed, al dreigt het lot, Hij doet Zijn hulp verschijnen ! De vijand rukt vast aan met opgestoken vaan; hij draagt zijn rusting nog van gruwel en bedrog, maar zal als kaf verdwijnen.
Geen aardse macht begeren wij, die gaat welras verloren. Ons staat een sterke Held ter zij, die God ons heeft verkoren. Vraagt gij zijn naam ? Zo weet, dat Hij de Christus heet, Gods ééngeboren Zoon, verwinnaar op de troon, de zeeg' is ons beschoren !
Gods Woord houdt stand in eeuwigheid en zal geen duimbreed wijken. Beef satan ! Hij, die ons geleidt, zal u de vaan doen strijken ! Delf vrouw en kind'ren 't graf, neem goed en bloed ons af, het brengt u geen gewin: wij gaan ten hemel in en erven koninkrijken !
Onder uitleidend orgelspel verlieten we de kerk, ik denk dat Marcel van de Ketterij nog achter de klavieren zat. Buiten was er alle ruimte en tijd om nog even met elkaar te na te praten. Terugkijkend op een fijne avond reden we naar huis.
Hier is de link naar het fotoalbum van deze avond.
| < Vorige | Volgende > |
|---|


